Ze zijn er in allerlei vormen en maten. Vaak wordt er meteen gedacht aan wiegen, maar ook een speen, over de buik wrijven of zachtjes zingen zijn allemaal voorbeelden van slaapassociaties. Het zijn manieren die jouw kindje helpen om tot rust te komen en uiteindelijk in slaap te vallen, en in die zin zijn ze dus een heel normaal onderdeel van het slapen.
Een slaapassociatie is een manier of gewoonte die je kindje helpt om in slaap te vallen. Dit geldt niet alleen voor baby’s en kinderen, maar ook voor ons als volwassenen. Alles wat jou helpt om in slaap te kunnen vallen, is in feite jouw associatie met slapen. Het verschil is alleen dat wij als volwassenen zelf kunnen bepalen wat voor ons werkt, terwijl een baby afhankelijk is van wat er wordt aangeboden door jou als ouder.
Op zichzelf zijn slaapassociaties dus helemaal niet verkeerd en vaak zelfs helpend. Ze worden pas een uitdaging wanneer je kindje jou altijd nodig heeft om in slaap te vallen of om weer door te slapen wanneer hij wakker wordt. Op het moment dat je zowel overdag als ’s nachts steeds opnieuw hulp moet bieden, kan dit voor zowel jezelf als je kindje vermoeiend worden en uiteindelijk ook ten koste gaan van de kwaliteit van de slaap.
Slaapassociaties zijn er in vele vormen:
Slaapassociaties ontstaan in de meeste gevallen niet bewust, maar groeien er als het ware vanzelf in. Wanneer je baby moeite heeft met in slaap vallen, ga je als ouder op zoek naar manieren die helpen, en alles wat werkt ga je herhalen. Op die manier ontstaat er stap voor stap een gewoonte rondom het in slaap vallen.
In de eerste zes maanden is het ook heel normaal en zelfs noodzakelijk om je kindje hierbij te helpen. Je baby kan zichzelf nog niet troosten en huilt altijd met een reden, waardoor jouw nabijheid in deze fase belangrijk is. In deze periode kun je dan ook nog geen “verkeerde” slaapgewoontes aanleren, omdat je baby simpelweg nog niet in staat is om het zelf te doen.
Vanaf een maand of zes à zeven verandert hierin wel iets. Je kindje gaat steeds beter doorkrijgen dat jij reageert op zijn signalen en dat zijn gedrag invloed heeft op wat er gebeurt. Dat is geen manipulatie, maar een heel normale stap in de ontwikkeling. Tegelijkertijd betekent dit wel dat patronen zich sneller kunnen gaan vastzetten. Wanneer je kindje gewend is geraakt aan hulp bij het in slaap vallen, is de kans groot dat hij die hulp ook zal blijven vragen, niet omdat hij het niet zelf wil doen, maar omdat hij nog niet heeft geleerd hoe hij zonder hulp in slaap kan vallen.
Daarnaast zie je vaak rond de vier maanden een verandering in de slaap door de ontwikkeling van het slaappatroon. Baby’s die eerst makkelijk in slaap vielen en doorsliepen, kunnen ineens vaker wakker worden en meer ondersteuning nodig hebben. Ook momenten zoals ziekte, tandjes, sprongetjes of verlatingsangst kunnen ervoor zorgen dat je tijdelijk meer helpt, wat uiteindelijk weer kan leiden tot nieuwe slaapassociaties.
Er wordt vaak onderscheid gemaakt tussen positieve en negatieve slaapassociaties, ook wel onafhankelijke en afhankelijke slaapassociaties genoemd. Het verschil zit hem vooral in de vraag of je kindje jou nodig heeft om in slaap te vallen.
Bij afhankelijke slaapassociaties, zoals wiegen, voeden of aanwezig blijven, heeft je kindje jouw hulp nodig om in slaap te vallen en vaak ook om weer verder te slapen wanneer hij ’s nachts wakker wordt. Dit kan ervoor zorgen dat je kindje steeds opnieuw jouw hulp nodig heeft.
Bij onafhankelijke slaapassociaties ligt dat anders. Denk hierbij aan een knuffel, een speen (wanneer je kindje deze zelf kan pakken) of white noise. Dit zijn dingen die je kindje zelf kan gebruiken om in slaap te vallen, ook wanneer hij wakker wordt in de nacht. Het voordeel hiervan is dat deze associaties vaak ook op andere plekken toepasbaar zijn, waardoor slapen buitenshuis meestal ook makkelijker gaat.
In de eerste maanden hebben baby’s vaak nog hulp nodig bij het in slaap vallen en doorslapen, simpelweg omdat ze nog niet weten hoe ze dit zelf moeten doen. In deze fase leg je vooral een basis voor slaap, maar kun je nog niet altijd verwachten dat je kindje zelfstandig in slaap valt.
Vanaf ongeveer zes maanden kun je je kindje stap voor stap gaan begeleiden richting zelfstandig in slaap vallen. Ook bij oudere kinderen die bepaalde gewoontes hebben ontwikkeld, is het mogelijk om deze weer om te buigen naar meer zelfstandigheid.
Wat je in de praktijk vaak ziet, is dat iets kleins langzaam kan uitgroeien tot iets groters. Waar je eerst misschien één keer een speen teruggeeft in de nacht, kan dit uiteindelijk veranderen in meerdere momenten waarop je moet helpen of zelfs langere tijd naast het bed moet zitten. Dit is niet alleen vermoeiend, maar kan er ook voor zorgen dat je kindje minder goed slaapt en oververmoeid raakt, wat het slapen uiteindelijk juist moeilijker maakt.
Het komt zeker voor dat een kindje op een gegeven moment zelf de stap maakt naar zelfstandig in slaap vallen, maar in veel gevallen blijft de aangeleerde hulp nodig. Wanneer je merkt dat deze hulp het slapen in de weg zit, kun je ervoor kiezen om deze stap voor stap af te bouwen of om te zetten naar een vorm waarbij je kindje jou minder nodig heeft.
Het is daarbij belangrijk om dit rustig en in kleine stappen te doen. Grote veranderingen in één keer zorgen vaak voor weerstand, terwijl kleine aanpassingen juist haalbaar en effectief zijn.
Je kunt bijvoorbeeld beginnen met je kindje niet volledig in slaap te wiegen, maar hem slaperig in bed te leggen. Of wanneer je gewend bent om bij je kindje te blijven totdat hij slaapt, kun je geleidelijk iets meer afstand creëren en steeds iets minder aanwezig zijn.
Daarnaast kan het helpend zijn om een positieve slaapassociatie toe te voegen, zoals white noise of – afhankelijk van de leeftijd – een knuffel. Voor oudere kinderen kan ook een lampje of het samen slapen met een broertje of zusje een gevoel van veiligheid geven.
Door de hulp die je biedt langzaam af te bouwen en tegelijkertijd je kindje de ruimte te geven om zelf te oefenen, leert hij stap voor stap om zelfstandig in slaap te vallen. Wanneer deze vaardigheid er eenmaal is, zie je vaak dat dit ook doorwerkt in de nacht en dat je kindje makkelijker weer door kan slapen.
Slaapassociaties zijn een heel normaal onderdeel van het slapen en in de basis niets om je zorgen over te maken. Pas wanneer je merkt dat je kindje er niet meer zonder kan en het slapen voor jullie allebei zwaar wordt, kan het helpend zijn om hier bewuster naar te kijken.
Zoek hierin naar een manier die bij jullie past. Juist door het stap voor stap en met aandacht aan te pakken, kun je toewerken naar meer rust en betere slaap voor zowel je kindje als voor jezelf.
Je hoeft het niet alleen te doen. Een eerste gesprek is altijd vrijblijvend en kan vaak al net dat inzicht geven dat je nodig hebt.