Hoe laat je je kind makkelijker en sneller in slaap vallen?

 

Een uitgerust kind presteert beter en is gelukkiger. Slaaptekort kan negatieve effecten hebben en schadelijk zijn in meerdere opzichten. Als ouder heb je daarom de belangrijke taak om er zeker van te zijn dat je kind voldoende slaapt en goed uitgerust is.

 

Het voordeel van lichamelijke activiteit voor de Slaap

Om goed te slapen is het belangrijk om elke dag fysieke actief te zijn. Een stevige wandeling van 30 minuten of gewoon ouderwets lekker buitenspelen. Zorg er in ieder geval voor dat je kind minimaal 30 minuten per dag in beweging is, het liefst buiten. Het zal hem helpen om makkelijker te gaan slapen.

 

Tot een uur voor het slapen gaan is het verstandig met wat rustigere activiteiten bezig te zijn. Geen ruwe spelletjes zoals worstelen op het bed. Veel activiteit voor het slapen gaan stimuleert je kind juist langer wakker te blijven. Hetzelfde geldt voor inspannende lichaamsbeweging. Kies voor puzzels, bouwspeelgoed, lezen of andere rustige activiteiten in het uur voor het slapengaan.

 

Creëer een rustgevende bedtijdroutine van 20-30 minuten

Kinderen gedijen goed in routine, ook al verzetten ze zich er soms tegen.

 

De avondroutine van je kind begint eigenlijk al tijdens het eten. Jonge kinderen verteren hun voedsel langzamer dan volwassenen en moeten twee uur voor het slapen gaan eten om goed te kunnen slapen. Na het eten kun je samen opruimen en als gezin iets doen.

 

Het structureren van een bedtijdroutine is eigenlijk het kiezen van drie tot vier dingen die elke avond in dezelfde volgorde moeten gebeuren, vlak voordat je kind naar bed gaat. Dit kan bestaan uit een bad of douche, tandenpoetsen, kleding en schoenen klaarleggen, de rugzak van je kind inpakken voor de volgende dag, knuffels uitkiezen of een verhaal voorlezen.

 

Afhankelijk van de leeftijd, kan je kind zelfstandig lezen voordat je hem welterusten zegt. Zorg er wel voor dat de tanden gepoetst zijn en de pyjama aan is voordat je hem in bed laat lezen. Kinderen zijn gek op knuffels en kusjes, vooral voor het slapen gaan.

 

Het idee is om een routine te vinden die bij je familie past en je eraan te houden. Natuurlijk verander je de routine als je kind groeit, maar verander het niet elke week. Door ’s avonds een constant ritme aan te houden, vlak voor het slapengaan, geeft je je kind het signaal dat het tijd is om te gaan slapen.

 

Vaste bedtijd

Om de routine voorafgaand aan het naar bed super effectief te maken kun je deze koppelen aan vaste tijden. Een vaste tijd waarop de routine start en een vaste bedtijd waarop je kind in bed ligt. Ieder kind heeft, afhankelijk van de leeftijd een natuurlijke bedtijd. De meeste kinderen die na hun natuurlijke bedtijd gaan slapen hebben meer moeite om in slaap te vallen en worden vaak ’s nachts tussendoor wakker.

 

Afhankelijk van de leeftijd zijn dit goede gemiddelde bedtijden voor je kind:

  • 4 tot 6 jaar: tussen 19.00 en 19.30 uur
  • 7 tot 8 jaar: tussen 19.45 en 20.00 uur
  • 9 tot 10 jaar: tussen 20.00 en 20.30 uur
  • 11 tot 12 jaar: tussen 20.30 en 21.00 uur

 

Elektronica uitschakelen

Het kan verleidelijk zijn om je kind te “helpen” met elektronica, maar de meeste schermtijd heeft eigenlijk het tegenovergestelde effect. We hebben allemaal een lichaamsklok, ons circadiaans- of biologisch ritme genaamd, dat is een 24-uurs cyclus. Dit ritme regelt wanneer en hoe we slapen, wakker worden en eten met melatonine, een hormoon dat in de hersenen wordt afgescheiden door de pijnappelklier. Blauw licht van onze elektronische apparaten en sommige lampen onderdrukken de productie van melatonine, die we allemaal ’s nachts nodig hebben om te gaan slapen.

 

Daarom is het verstandig dat kinderen computers, smartphones of tablets minstens twee uur voor het slapen gaan vermijden, aangezien deze voorwerpen zich over het algemeen binnen 12 tot 18 centimeter van het gezicht bevinden. Het effect van het blauwe licht neemt af vanaf een afstand van meer dan een meter, dus televisiekijken vanaf een veilige afstand heeft niet hetzelfde negatieve effect op onze melatonineproductie. Maar de inhoud van het programma en de lengte van het programma is wel van belang voor je kind. Intensief televisie kijken kan een storend effect hebben op je kind als het eenmaal in bed ligt en alleen is.

 

Probeer indien mogelijk om de schermtijd van je kinderen op de basisschool te beperken tot het weekend. Zo wordt het geen dagelijkse strijd en beïnvloed het hun slaap op schoolavonden niet negatief. Zet in ieder geval op zijn minst twee uur voor het slapengaan de iPad/ computer uit en een uur voor het slapengaan de tv.

 

3 extra tips voor ouders met een temperamentvol kind

  1. Stel grenzen tijdens de bedtijdroutine en vooral, wees consequent

Uit onderzoek is gebleken dat een bedtijdroutine opstandig gedrag rond bedtijd kan verminderen. Kinderen hebben grenzen nodig, dat geldt ook tijdens de bedtijdroutine. Hoe duidelijker het ritueel is, hoe beter ze begrijpen waar ze aan toe zijn. Dat levert ook minder discussie op. Regelmatig geven ouders aan dat kinderen tegen de tijd dat ze naar bed gaan erg creatief worden. Ze verzinnen extra onderdelen in vorm van spelletjes, liedjes of meerdere boekjes. Hoe eerder je grenzen stelt, hoe duidelijker het voor je kind is dat het tijd is om te slapen. Daarmee voorkom je dat de bedtijdroutine iedere dag wat langer wordt. Fijne bijkomstigheid is dat je minder ‘gezeur’ aan hoeft te horen. Als je kind erg boos wordt tijdens het naar bed gaan, dan kan het zijn dat je over zijn natuurlijke bedtijd heen bent. Begin volgende dag 20 minuten eerder.

  1. Geef je kind keuzes

Kinderen kunnen heel goed ‘smeken’ om bijvoorbeeld een extra boekje, een laatste verzoek etc. Een laatste vraag betekent ook dat hij 1 laatste vraag kan stellen. En 1 boekje betekent echt 1 boekje. Uiteraard mag je kind kiezen welke boekje het wordt. Geef wel een keuze uit enkele boekjes. Die keuzevrijheid vinden vooral temperamentvolle kinderen fijn. En ja, je zal het moeten accepteren dat hij of zij soms voor dat langste boekje gaat. Het is ook prima als oma er wel 3 of 4 voorleest. Dat is heel lief van oma, maar jij bent oma niet. Dus 1 boekje blijft 1 boek.

  1. Werk met een slaaptrainer

Bij oudere kinderen kan je een klok of een slaaptrainer introduceren. Het biedt kinderen duidelijkheid en geeft hen houvast. Vanaf 2 jaar kunnen kinderen een slaaptrainer meestal goed begrijpen. Het maakt voor hen bedtijd en tijd om op te staan super duidelijk. En als ze ‘s avonds niet meewerken kan je de ‘schuld’ ook aan de slaaptrainer geven, hij laat echt zien dat we moeten slapen. Het is wel belangrijk dat je er zelf serieus en consequent mee omgaat. Anders heeft zo’n slaaptrainer uiteraard weinig zin.

 

Wist je dat de meeste kinderen die na hun natuurlijke bedtijd gaan slapen meer moeite hebben om in slaap te vallen en vaak ’s nachts tussendoor wakker worden.

Wat is een goede gemiddelde natuurlijke bedtijd voor je kind:

• 4 tot 6 jaar: tussen 19.00 en 19.30 uur
• 7 tot 8 jaar: tussen 19.45 en 20.00 uur
• 9 tot 10 jaar: tussen 20.00 en 20.30 uur
• 11 tot 12 jaar: tussen 20.30 en 21.00 uur

Om het juiste tijdstip voor jou kind te vinden leg je hem een aantal dagen achter elkaar op hetzelfde tijdstip in bed. Werkt dit niet vervroeg/ verlaat het tijdstip met 15 minuten. Probeer minimaal 3 dagen achter elkaar eenzelfde tijdstip aan te houden.

 

Je kindje zit opeens met open ogen te gillen van angst in zijn bedje. Hij lijkt wakker, maar is het niet. Als je peuter last krijgt van deze nachtangst, kan je behoorlijk schrikken. Wat is nachtangst? Moet je je zorgen maken? En hoe zorg je ervoor dat je kindje weer rustig wordt?

 

Nachtangst is in principe een onschuldig iets en is te vergelijken met slaapwandelen en praten in de slaap. Meestal begint een nachtangst een uur of twee nadat je kindje in slaap is gevallen. Hoe eng het er ook uit ziet, niet wakker maken is het beste advies! Zorg wel dat je kindje zichzelf geen pijn kan doen. Het wakker maken van je kindje kan ervoor zorgen dat hij of zij s nachts nog een keer wakker zal worden. Daarnaast kan je kindje een slaaptekort oplopen wanneer hij of zij meerdere keren per nacht wakker wordt gemaakt.
Ter geruststelling, de kans dat je kindje er zich de volgende ochtend iets van zal herinneren van is minimaal. De nachtangsten worden na verloop van tijd steeds minder. Wil je ze voorkomen, maak je kindje dan een kwartier voor de aanval wakker. Hiervoor moet je natuurlijk wel eerst bijhouden wanneer de nachtangsten beginnen.

 

 

Wanneer heeft je kindje een slaapprobleem? Wanneer jij of je kleintje er last van hebben. Ga je gebukt onder het slaapgebrek of verstoort het slaapgebrek de ontwikkeling van je kindje, dan is het raadzaam na te gaan waar de problemen vandaan komen. Kom je er zelf niet uit, slaapcoaching werkt.

 

Je kindje valt niet (alleen) in slaap

Zelfstandig in slaap vallen moeten baby’s leren. De meeste baby’s leren dit uit zichzelf, sommige baby’s hebben hier hulp bij nodig. Er zijn verschillende manieren om je kindje te leren slapen. De eerste 6 maanden help je je kindje al door in de buurt te zijn en niet (te lang) te laten huilen. Dit geeft een veilig gevoel wat nodig is om in slaap te kunnen vallen. Om überhaupt in slaap te kunnen vallen is het belangrijk dat je kindje niet oververmoeid is. Daarnaast is het belangrijk dat er geen medische redenen zijn waardoor je kindje moeite heeft met slapen.

 

Huilen in de slaap

Mogelijk zit je kindje in de overgang van een lichte naar een diepe slaap. Wacht even af, zolang hij niet wakker wordt hoef je niets te doen. Waarschijnlijk stopt het huilen vanzelf wanneer je kindje in de diepe slaap terecht komt.

 

Omgekeerd dag en nacht ritme

Baby’s worden geboren met een omgekeerd dag en nacht ritme. Hierdoor slapen ze in het begin overdag vaak meer dan ‘s nachts. Rond 6 weken zal het dag en nacht ritme om gaan draaien, de interne klok ofwel het bioritme ontstaat dan.

Wil je de natuurlijke klok helpen ontwikkelen? Creëer een duidelijk onderscheid tussen dag en nacht. ’s Ochtends direct de ramen open en daglicht naar binnen en ’s avonds slapen op een zo donker mogelijke kamer. Ga overdag lekker naar buiten met je kindje.

 

Je kindje slaat zichzelf wakker

‘Maaiende’ armpjes, veel baby’s hebben hier last van. Om te voorkomen dat je kindje zich wakker slaat kun je hem inbakeren. Zorg dat je je goed laat informeren over inbakeren. Inbakeren kan tot ongeveer 4-5 maanden, rond deze periode gaat je kindje zich meestal omrollen en is inbakeren niet veilig meer.

 

Niet doorslapen

Hoe fijn ook, de meeste baby’s slapen pas rond de 6 maanden door. Om door te kunnen slapen moet je kindje in ieder geval zelfstandig in slaap kunnen vallen.

 

Niet of kort slapen overdag

Net als een bioritme moet je kindje ook een slaapritme overdag ontwikkelen. Baby’s slapen de eerste 3 maanden vaak veel en kort, hazenslaapjes. Vanaf 3 maanden komt er mogelijk een ritme in de slaapjes overdag. Om een ritme in de slaapjes te krijgen helpt het om een vast slaap en waak patroon aan te houden. Hierbij kun je een vaste duur aanhouden dat je kindje wakker is. Hoe lang een kindje wakker kan zijn hangt van de leeftijd af en hoe lang hij slaapt. Ook een routine voor het gaan slapen helpt hierbij. Overdag kan deze routine kort zijn.

Bij voorkeur slaapt je kindje in zijn bedje. De eerste weken kan dit nog te veel zijn voor hem, met huilen als gevolg. Zoek dan een andere manier om je kindje te laten slapen en probeer het later nog eens.

 

 

Ieder kindje is anders en alleen jij als ouder kent je kindje het aller beste. Gelukkig slapen veel kindjes ‘gewoon’ uit zichzelf goed. Heb jij een kindje dat wel wat meer hulp nodig heeft, twijfel vooral niet aan jezelf! Met de juiste hulp kan ook jouw kindje leren slapen.

 

 

Hoe klein ook, jouw kleintje laat weten wanneer hij moe is.

Slaapsignalen zijn er in veel verschillende vormen. De meeste zijn heel herkenbaar, sommige heel specifiek voor jouw kindje. Let op deze signalen en leg je kindje zo snel mogelijk in bed, ook al lijkt je kindje nog erg wakker. Het missen van een signaal kan al na zo’n 10 minuten ervoor zorgen dat je kindje veel moeilijker in slaap valt.

Vermoeidheidssignalen:

  • Jengelen
  • Zachtjes huilen
  • In de ogen wrijven
  • Gapen
  • Gebalde vuisten
  • Oogcontact vermijden
  • Naar de oren grijpen
  • Op de vingers sabbelen
  • Sloom of suf overkomen

Oververmoeidheidssignalen:

  • Geïrriteerd zijn
  • Dikke oogjes
  • Heel druk doen
  • Wegdommelen
  • Met de armen maaien
  • Met de benen trappelen
  • Stoppen met huilen als je ze oppakt maar snel opnieuw huilen

Hoe herken je een oververmoeide peuter? Sommige signalen zullen je de indruk geven dat er niets aan de hand is, maar geloof me, ze wijzen echt op een slaaptekort.

Je peuter valt meteen in slaap tijdens rustige activiteiten
Zodra de auto begint te rijden of je peuter in de kinderwagen zit, valt hij in slaap.  Dit is een duidelijk signaal dat er sprake is van oververmoeidheid. Als een kind voldoende slaapt, zou hij overdag niet zo makkelijk in slaap moeten vallen.

Je peuter slaapt meer tijdens het weekend dan doordeweeks
Als volwassenen zijn we gewend om te profiteren van een rustiger weekend om wat slaap in te halen. Voor peuters hoort dit überhaupt niet nodig te zijn. Als ze toch uitslapen in het weekend, is dit een teken dat ze doordeweeks meer slaap nodig hebben.

Ze worden drukker
Je zou denken dat vermoeide peuters minder luisteren en gaan slaan, bijten en huilen. Dit klopt ook. Maar er zijn ook peuters die juist hyperactief zijn als ze oververmoeid zijn. In dit geval gaat het erom dat je op je eigen gevoel vertrouwt en weet welk gedrag wel of niet bij je kind past.

Je krijgt je peuter maar met moeite wakker ’s morgens
Een peuter heeft zo’n 10 tot 12 uur slaap nodig per nacht. Hier tellen de dutjes niet mee. Als je peuter genoeg slaap krijgt hoef je hem niet wakker te maken. In dat geval gebeurt het eerder dat hij of zij jou wakker maakt. Houd het slapen in de gaten en kom erachter bij hoeveel uur slaap jouw kleuter goed uitgerust is. Tel met dit aantal uren terug vanaf het tijdstip waarop je kleine ’s morgens op moet staan. Zo kom je erachter wat de ideale bedtijd is.

Je merkt dat je kindje last heeft van stemmingswisselingen
Plots jengelen & huilen kunnen tekenen zijn van vermoeidheid. Peuters kunnen sowieso al meer last hebben van stemmingswisselingen. Om te weten of het ligt aan vermoeidheid, kun je het best bijhouden of het op vaste momenten gebeurt. Gedraagt je kindje zich chagrijniger en heeft ‘ie meer woedeaanvallen op vaste momenten? Dan kan dit komen door een behoefte aan extra slaap.

Hulp nodig om je peuter beter te laten slapen? Neem vrijblijvend contact met me op.

 

Iedereen zijn ding, sommige slapen jaren samen met hun kind(eren) en andere beginnen er überhaupt niet aan. Samen slapen heeft zoals eerder gezegd voordelen, maar je moet er wel voor zorgen dat je het veilig doet! Hoe doe je dat dan??

Rooming-in
Door rooming-in slaapt je kindje in zijn eigen bedje bij jullie op de kamer. Een veilig gevoel voor zowel ouders als kindje. Dit is een fijne en veilige manier van ‘samen’ slapen, zeker in de eerste maanden.

Co sleeping
Wil je je kindje toch iets dichterbij hebben kies je voor co-sleeping. Bij co-sleeping maak je gebruik van een co-sleeper. Een bedje of wieg dat tegen je eigen bed aan staat. De zijkant van de co-sleeper kan omlaag geklapt worden wat het voeden van je kindje vergemakkelijkt. Belangrijk is wel dat de zijkant omhoog geklapt wordt wanneer je kindje slaapt. Op deze manier voorkom je dat je kindje tussen zijn bedje en jullie bed terecht komt of dat jullie beddengoed in het wiegje terecht komt. Let bij de aanschaf van een co-sleeper erop dat deze in hoogte verstelbaar is (gelijk aan de hoogte van jullie bed) en dat de co-sleeper vast gemaakt kan worden aan jullie bed.

Bed-sharing
Geen plek voor een bedje of wil je je kindje gewoon heel dicht bij je hebben in je eigen bed, dan kun je kiezen voor bed-sharing. Let wel op, voor pasgeboren baby’s wordt bed-sharing afgeraden. Bed-sharing vergroot bij pasgeborenen de kans op wiegendood. Dit geldt ook wanneer je gebruik maakt van een zogenaamd babynestje. Bedsharing kent meer risico’s dan rooming-in of co sleeping. De meeste ouders slapen onder een dekbed, dit is te warm voor een baby. Daarnaast geven ouders lichaamswarmte af. Wanneer een baby het te warm krijgt verhoogt dit de kans op wiegendood. Heeft jullie tweepersoonsbed twee losse matrassen, dan bestaat de kans dat je kindje tussen deze matrassen terecht komt. De ademhaling kan hierdoor bemoeilijkt worden.

Kies je voor bed-sharing let dan op onderstaande uitgangspunten:
Bed-sharing is niet veilig wanneer:
– je rookt op de slaapkamer
– je gedronken hebt
– Je medicijnen of andere verdovende middelen gebruikt die je slaperig en minder alert maken.
– Je een ziekte of aandoening hebt waardoor je je misschien minder bewust bent van je slapende kindje.
– Je oververmoeid bent en daardoor misschien minder goed op je slapende kind kunt reageren.
– Je flink overgewicht hebt.

Zo maakt je bed-sharing veiliger:
– Zorg voor een stevige matras. Een zachte matras en een waterbed zijn niet geschikt.
– Zorg dat je baby niet uit bed kan vallen.
– Leg je baby op zijn rug te slapen.
– Zorg dat je baby geen dekbed, deken of kussen over zijn hoofd krijgt.
– Zorg dat je baby het niet te warm krijgt. Kleed hem niet te dik aan. De ideale slaapkamertemperatuur is 16-18 graden.
– Laat je kind nooit alleen in een bed voor volwassenen slapen.
– Zowel jij als je bedpartner moeten weten dat de baby bij jullie in bed ligt.
– Als er meerdere kinderen bij jullie in bed liggen, zorg dan dat jij of je bedpartner tussen de baby en het oudere kind liggen.
– Laat geen huisdieren bij je baby in bed slapen.
– Slaap nooit met je baby op de bank of in een fauteuil, dat is niet veilig.

 

In Nederland is het nog niet heel gewoon, maar wereldwijd kiest zo’n driekwart van de ouders voor co-slapen. Co-slapen heeft voordelen voor zowel kind als voor moeder.
Je kan samen met je kindje in één bed slapen (bedsharing), maar je kindje kan ook in een aparte en veilige wieg naast je bed liggen (co-slapen).